dinsdag 1 september 2009

Borrelend bloed


Hello darkness, my old friend

Een minder vrolijke dag in het voor de rest sprankelende bestaan van Shombie Zendmest doet een songregel opwellen als een eerste guts nieuwsgierig kruipend vocht in een diep gegraven gat. Eindelijk. Water. Voor de ziel, de interne Shombie.
En het lichaam wordt vervolgens besprenkelt met een fontein van gevoelens vanuit hart naar hoofd, maar ook de vermoeide leden die besluiteloos vanaf de schouders naar beneden hangen alsmede en ook de stugge, bijna gespalkt schijnende, stram voortschrijdende boven- en onderbenen voelen plots lichter en springerig aan. En hij ademt een ontladende zucht met zowaar een ten hemele gerichte neus en kin. Een wervelwind van gekleurde emoties complementeert het geheel vervolgens tot een verblindende regenboog, welke de uitwendige Shombie voor het supranormaal getrainde oog omringt met een kaleidoscopische dans van lichtwezens, ontsproten aan de tot aan het binnenste der organen masserende werking van woorden, die een dichterspen en muzikantenoor ooit in de jaren zestig van niet deze eeuw combineerden tot voornoemde songregel. En wel vanaf het eerste tot en met het laatste woord.

Hierna volgt stilte, welke de vlug ratelende vingers van jongeheer Zendmest gebruiken om de laatste drie woorden van het eerste couplet die de logische titel vormen van het akoestische gedicht, begeleid door gitaar, in te typen op de populaire internetsite YouTube om het geheel nog een keer in passievere vorm door het lijf te laten gieren. Helaas, de verwachte auditieve douche der ontspanning blijft uit. De digitale golven rollen namelijk nooit rond en zelden warm. En het was al een zo minder vrolijke dag.

Het vrij gangbare experiment om de muziek op een legale geluidsdrager aan te schaffen wordt vervolgens in gang gezet en wel tot aan het punt waarop een minder hartstochtelijk muziekliefhebber de naald op de plaat bij song nummer 1 uit de grootste hits collectie van de eens zo jonge blagen Simon en Garfunkel zou zetten. Vanaf dat punt breekt echter de weemoed als een loeiende orkaan weer door in het toch al onstuimige gemoed van protagonist S.Z. en met een donderende klap komt het besef in zijn door emotie nauwelijks nog lucide geest van hetgeen hem zo minder vrolijk, op het doeve af, had gestemd. Dat uiteindelijk de van vreemde invloeden vrije, betrekkelijke stilte en roodbewaasde donkerte van zompig bonzend hart en suizend bloed een laatste toevluchtsoord zal zijn, zo vlak voor de eeuwige duisternis zijn intrede doet. Maar ook, voor eeuwig surfen op de oneindige golf die het lied van zijn wezen vormt.